Dat Corona juridisch gezien niet een gerechtvaardigde aanleiding is voor het niet betalen van huur, een huurpauze of een huurverlaging blijkt uit de wet. Dit alles is pas afdwingbaar als er een gebrek is aan het gehuurde object (7:290 BW).

Een beroep op uitzonderingsgevallen (overmacht) blijkt ook niet een gelopen wedstrijd voor de huurder. Het betreft dan vooral zaken die – afgesproken bij aanvang van de huurovereenkomst – dusdanig veranderd zijn dat de overeenkomst niet langer ‘klopt’ met de intenties van toen (artikel 6.258 BW).

Belangrijker is dat huurders en verhuurders erkennen dat deze – voor veel retailers – zware tijden vragen om onderling begrip, om dialoog. Inretail, de branche-organisatie van retailers in de non-food, is duidelijk: ‘Zonder afspraken over uitstel van huurbetalingen gaan veel retailers failliet, ongeacht hun economische levensvatbaarheid’.

Samen vind je de beste oplossing
Huurders en vastgoedpartijen doen er verstandig aan om samen een oplossing te vinden. Alleen samen komen we zo goed mogelijk uit de Coronacrisis. Branche-organisaties van retailers en vastgoedeigenaren hebben daarom veel onderhandeld in de afgelopen maanden.

Op 10 april kwamen IVBN, Vastgoed Belang, Detailhandel Nederland en Inretail tot een steunaccoord, waarin verhuurders de huur geheel of deels kunnen opschorten. Ook zullen winkeliers niet op straat worden gezet bij aantoonbare problemen voor Corona. Op 3 juni volgde een aanvulling op het voorgaande: bij 3 maanden uitstel wordt een maand kwijtgescholden en een halve maand doorgeschoven naar het volgende jaar.

Maatwerk en langere termijn
Duidelijk is dat het door verhuurders afdwingen van volledige huurbetaling geen grote kans van slagen heeft bij de rechter. Bovenal geldt dat dialoog en maatwerk voor iedere partij de beste oplossing bieden voor de langere termijn. Het is dus van belang dat partijen in gesprek blijven, met een focus op de langere termijn.

Bron: Vastgoedmarkt (27/7/2020)